WOZ waarde eigen woning

Elk jaar stelt de gemeente de WOZ waarde van uw woning vast. (WOZ = Wet waardering onroerende zaken). U ontvangt hiervan een WOZ beschikking.De WOZ waarde bepaalt de hoogte van een aantal belastingen en gemeentelijke heffingen die u moet betalen, zoals de WOZ aanslag, waterschapslasten en het eigen huurwaardeforfait op uw belastingaangifte.

Te hoog of te laag

De waarde die is vastgesteld kan voor je gevoel te hoog of te laag zijn. Als deze te hoog is vastgesteld betekent dit dat de hier voorgenoemde belastingen ook zullen stijgen. Deze zijn immers een percentage van de WOZ waarde.

Als de waarde te laag uitvalt is kan dit ook vervelende gevolgen hebben. De belastingen en heffingen zullen wel dalen, maar de woning zou maar net in de verkoop staan. Een potentiële koper zal de WOZ waarde ook kennen en daarin reden zien om scherp te onderhandelen over de vraagprijs.

De WOZ-waarde van een woning kan worden nagegaan bij het WOZ-waardeloket.

Vaststelling WOZ-waarde

Het is onduidelijk hoe een gemeente de WOZ waarde van een woning vast stelt. Het is niet zo dat elke woning apart wordt getaxeerd, dat is niet te doen. De gemeente gebruikt een standaard rekenmodel. Hierbij worden onder meer de volgende zaken meegenomen: het soort huis, in welke buurt, de ligging, de grootte en de verkoopprijs van soortgelijke woningen in de buurt.

Wat kan je tegen de WOZ-waarde doen?

Zoals bij (vrijwel) alle beschikkingen van de overheid bestaat er de mogelijkheid om tegen de vaststelling van de WOZ waarde bezwaar te maken.

Want de gemeente gebruikt een standaard rekenmodel. Het kan heel goed zijn dat de woning eenvoudigweg minder waard is dan de waarde waarop de gemeente de WOZ beschikking heeft gebaseerd.

Op de WOZ beschikking staat vermeld op welke wijze en binnen welke termijn bezwaar moet worden gemaakt. Dat zal schriftelijk moeten en de gebruikelijke termijn is 6 weken na datum van de beschikking.

De gemeente moet binnen 6 weken een beslissing nemen en kan deze termijn eventueel met 6 weken verlengen.

Als de gemeente uw bezwaar afwijst dan kan er beroep worden ingesteld bij de sector bestuursrecht van de rechtbank. Bent u het daarna niet eens met de uitspraak van de rechtbank? Dan kunt u in hoger beroep gaan. Dit doet u bij de belastingkamer van het Gerechtshof. Maar als de gemeente en de rechtbank het bezwaar al zou hebben afgewezen, dan zou ik die laatste stap niet adviseren. Het wordt dan wel een heel kostbare zaak.

Ten slotte

Net als met alle bezwaren dient de gemeente binnen de wettelijke termijnen beslissen. Als de gemeente dit niet doet, heeft de aanvrager recht op een dwangsom. De gemeente heeft dan 2 weken de tijd om alsnog een beslissing te nemen. Gebeurt dat niet, dan gaat de dwangsom automatisch lopen.

De hoogte van de dwangsom is afhankelijk van de duur van de vertraging. Als de dwangsom gaat lopen gelden de volgende bedragen:

  • € 20 per dag voor de eerste 2 weken;
  • € 30 per dag voor de volgende 2 weken;
  • € 40 per dag voor de overige dagen.

De dwangsom loopt uiterlijk 42 dagen en bedraagt maximaal € 1260.

Dat is dan toch weer mooi meegenomen.